Met Stele creëert Roland Berger een sculpturale vorm met een bijna surrealistische aanwezigheid. De slanke, rechtopstaande figuur oogt als een fragment – zowel archaïsch als vreemd, alsof het uit een andere werkelijkheid in de onze is terechtgekomen. De oppervlaktelijnen doen denken aan geologische lagen, groeisporen of onleesbare tekens.
Ondanks de ingetogenheid straalt het beeld een merkwaardige spanning uit. Het is noch duidelijk figuratief, noch puur abstract – het lijkt voort te komen uit een innerlijke, droomachtige toestand. Juist die dubbelzinnigheid verleent Stele haar lichtheid: een object dat zich aan elke vaste betekenis onttrekt, maar toch met vanzelfsprekende zekerheid in de ruimte staat – als een stille herinnering aan iets dat verdwenen is of nog moet komen.