In Gaze in Motion onderzoekt Berger de spanning tussen massieve vorm en subtiele verstoring. De opgerichte sculptuur, uit groen marmer gehouwen, lijkt op een fragment van geologische tijd – dooraderd met breuken en kleurverschillen.
Het oppervlak toont tegenstellingen: sommige delen zijn glad gepolijst, andere ruw en onaangeroerd. De overgangen ogen als door slijtage gevormd – alsof de vorm langzaam door erosie is ontstaan.
De ingelegde bollen van albast versterken dit effect. Ze lijken vreemde elementen, op een bevreemdende manier ingevoegd – alsof de steen iets naar buiten heeft gebracht dat er niet bij hoort. Er ontstaat een surreëel moment: de geometrische helderheid van de bollen botst met de onregelmatige levendigheid van het marmer. Iets dient zich aan – niet letterlijk, maar indringend.
Het contrast tussen het donkere gesteente en het doorschijnende albast laat de vorm balanceren tussen object, teken en betekenisdrager. Zoals vaker bij Berger ontstaat er een stille spanning tussen natuurlijke vorm en ingreep, tussen wat was en wat bedacht is.