Met een technische precisie die het menselijk oog uitdaagt, sluit dit werk naadloos aan bij de stroming van het fotorealisme. Rob de Vries gebruikt de schilderkunst hier niet ter interpretatie, maar voor de absoluut objectieve documentatie van de werkelijkheid. Typerend voor deze stijl is de koele, bijna klinische afstand tot het onderwerp, waarbij elke oppervlaktetextuur – of het nu het matte papier is of de fijne tanding – met minutieuze nauwkeurigheid wordt weergegeven. Het alledaagse wordt door deze obsessieve aandacht voor detail geïsoleerd en verheven tot de status van een kunstobject, zonder het emotioneel te beladen.
In de weergave van Hoeveel moet er op een brief? ontvouwt zich een fascinerende collage van historische Nederlandse postzegels. Als onderdeel van de serie Herinneringen aan een gelukkige jeugd worden de kleurrijke waardezegels geënsceneerd tegen een diepdonkere achtergrond, waardoor hun kleuren oplichten. De Vries vangt niet alleen de grafische kwaliteit van de zegels, maar ook de sporen van hun geschiedenis: de onregelmatige poststempels en de fijne slijtageplekken aan de randen. De compositie speelt handig met overlappingen en verschillende hoeken, waardoor een dynamische visuele puzzel ontstaat die de nostalgische waarde van het verzamelen viert als een kostbaar relikwie van een gelukkige jeugd.